Een Kerstverhaal

Geplaatst: 25 december 2017 in Fictie
Tags:, ,

Het was de Kerstavond tegen het einde der tijden.

Het vroor. Een glazenwasser drukte op de deurbel van zijn allerlaatste klant. Z’n wijsvinger gloeide. Hij had een marketingstuntje bedacht. Hij had in Word een rood tekstvak gemaakt met daarin, in sneeuwwitte woorden Uw glazenwasser wenst u spetterende Kerstdagen en een schoon einde. Het paste precies tien keer op een A4-tje. Hij maakte vijftig printjes, waarvan de helft in zwart-wit, want die kleurencartridges, Man!, die waren duur! Hij had zitten knippen tot hij een blaar op zijn duim had, maar had toch maar mooi 398 euri opgehaald aan de deuren van zijn klanten. Ze brandden in zijn zak.

De baliemedewerkster van de supermarkt stapelde pakjes. Efficiënt naar vorm, passend en metend, zodat er wat loopruimte kwam achter de balie. Sinds haar baas een contract met Bol.com had afgesloten, werden ze overstelpt met retouren; dingen die mensen wilden, maar dan toch weer niet. Ze vroeg zich af of er iemand was die ooit iets hield en dat dan uit de doos haalde, het even tevreden tegen de borst koesterde alsof het een cadeautje was en het doosje dan plat maakte en in de papierbak stopte. Nu kon dat, iets zomaar houden, want betalen zou er niet van hoeven komen.

Op het strand liep een vrouw. Ze werd uitgelaten door haar twee hondjes, een klein vuilnisbakkie en een bruine labrador. Haar handen diep in de zakken van haar gewatteerde jas. Ze droeg een wollen muts, die ze die middag had gekocht. Onbestemd groen met een bordeauxrood knoedeltje bovenop. Hij was best lelijk, die muts, kleurde voor geen meter bij haar jas, maar het was de enige die haar paste. De voorraad mutsen was mager tegen het einde der tijden.

In de kerk aan het plein, ontstak de koster de kaarsen in de kroonluchters. Acht van die ouderwetse joekels had hij hangen in het gewelf. 224 kaarsjes. Hij moest 24 keer zijn oude maar oerdegelijke dubbele telescoopladder verzetten om ze allemaal te kunnen aansteken. 24 keer 9 sporten naar boven en weer naar beneden. Dat was nog eens een work-out, maar hij was zo blij dat hij de oude kroonluchters had laten hangen. Hij had ze al jaren niet meer mogen branden van de brandweer. Maar nu? De fik erin! En wat werd hij blij van al dat levendige geflikker. En het voordeel bij het nadeel? Hij zou ze niet meer hoeven doven.

Een student likte een dot melkschuim van zijn cappuccino. Gelukkig was het een lauw bakkie. Hij moest doordrinken, want de bieb ging over vijf minuten sluiten. Hij liep naar de selfservicebalie en checkte een boek uit. Zelf zou hij het nooit hebben gekocht, dat boek. Zo onnoemelijk saai! Maar zijn referaat zou net iets kaler zijn zonder de informatie uit hoofdstuk 7, dus vooruit, mee in zijn toch al loodzware tas. De retourdatum agendeerde hij niet.

De muzikanten reisden. De cellist droeg de cello op zijn rug, alsof het zijn kind was. De accordeonist fietste zijn instrument als een mand broodjes, op zijn voordrager, naar zijn bestemming. De dwarsfluit van de fluitiste gluurde brutaal uit haar rugzakje en de gitarist danste over straat met zijn gitaar, als ware het zijn vrouw. En waar de harpiste haar harp over straat duwde met haar handen, droeg de zangeres haar stem in zich mee; zij had haar handen alleen nodig om de betekenis van haar klanken en woorden te duiden.

Ze verzamelden onder de straatlantaarn op het plein voor de kerk, de instrumenten en hun bespelers. Een stille voorbereiding, tot er klanken ontsprongen aan snaren en toetsen, aan strijkstokken en aan adem. De noten dansten over de klinkers van het plein, ze rolden door de straten, langs de gevels omhoog en doken tussen de kale boomtakken door naar het water van de grachten, onder de boogbruggen door naar de terrassen. Ze raakten de wereld, ze raakten de mensen, hun harten en hun gemoed en ze raakten de tijd.

De bakker doofde zijn oven en liet zijn zaak onbemand achter. De slager liep hem tegen het lijf, stroopte de rubberen handschoentjes van zijn handen en liep achter hem aan naar het plein. De dierenarts riemde een net uit een verdoving ontwaakte herdershond en volgde hem naar buiten. De glazenwasser zat in het café. Hij stuntelde van zijn kruk, liet zijn achtste biertje voor wat het was en waggelde de straat op. De balievrouw van de supermarkt legde het laatste pakketje bovenop de muur van pakketjes, gooide haar blauwwitte schort af en liep zonder jas naar buiten. Ze sprong achterop de fiets bij de student, die er geen erg in had dat hij een klein wit kloddertje melkschuim op zijn bovenlip droeg. Twee honden sleurden hun vrouwtje achter zich aan naar het plein. Haar muts bleef hangen aan de tak van een kale meiboom.

De koster stond als een poortwachter voor de zware toegangsdeuren van de kerk. Een kier wierp de zwakke gloed van kaarslicht op de straatklinkers en zijn dunne haar. Zijn linkerbeen trilde.

Het plein stroomde vol met mannen, vrouwen, kinderen en dieren, groot in getal, groots in aandacht. De straten leken wijd open gedraaide kranen, de voetstappen een vloed van klaterend water. Iedereen was er en werd stil. Alleen de muziek klonk. De mensen luisterden, alsof hun leven ervan af hing, alsof dit de toegift was. Er ontstond een verbond, een samen, de menigte was één, tot de laatste klank stierf tussen de sterren.

De koster keek omhoog, langs de kerktoren naar de inmiddels zwarte lucht. Hij schraapte zijn keel.

‘Lieve mensen! Ik had net een appje van de dominee. Er is een kleine wijziging in het programma voor vanavond.
Het einde der tijden is afgelast. Ik heb glühwein en kerststol onder de kroonluchters in mijn kerk. U bent van harte welkom.’

 

® Monique de Groot

Advertenties

Flamenco

Geplaatst: 27 juni 2017 in Belevenis
Tags:,

(voor Dieke)

 

Wat het was?
De tergende entree?
Het stille schrijden op schoenen die geluid moeten maken?
De moedwillige hoek waarin de zool op de houten dansvloer werd gezet,
elke stap berekend, als de gang van een insluiper,
maar dan een die betrapt wil worden, die wacht tot zij alle ogen op zich gericht weet
en dan de sluier laat vallen; Tada! Ik ben het!
Was het de vogelvlucht van de omslagdoek of juist zijn landing
of was het de synergie tussen de rauwe stem van de zanger en de precisie van de stamp?
Was het de concentratie tussen haar ogen,
de gratie van de buitelende handen en vingers boven haar hoofd?
Het ‘Olé!’ van de omstanders, precies wanneer het moest
of de trots waarmee zij het podium af paradeerde?
Ik zag voor het eerst een flamencodans.
En lang nadat het applaus was verstomd en ik hem droomde,
wist ik wat mij raakte en mij op het puntje van mijn stoel kreeg.

Het was de liefde!

 

 

Afgeschminkt

Geplaatst: 20 januari 2017 in Belevenis

Ik schmink af. Koel vocht op mijn wangen, op mijn ogen. Mijn roze schortje hangt aan een haakje naast de deur. De tas met wit bloesje, haarbloemen en nepsnor ligt in een hoek. Alles af. Gestript van wat ik soms mag zijn, naar wat ik ben.

Zaterdag zong ik, als een van twee vintage koffiemeisjes, voor de moeder van één van mijn hartsvriendinnen. In december werd ze negentig en De Zingende Koffiemeisjes waren haar cadeau. De bewoners van de zorgvilla waar ze nu twee maanden woont, mochten delen in dat plezier en dat vond ze fijn. Ze deelde veel uit in haar leven: haar klussende man aan vriendinnen, zakken vol zelfgebakken oliebollen op Oudjaar. En niet alleen aan familie en vrienden, maar, als er geen grenzen aan haar actieradius waren geweest, aan de hele wereld.

Ik deel bijna achtenveertig jaar van mijn leven met haar. Ik ken haar in allerlei hoedanigheden: als het uiterlijke evenbeeld van haar dochter, al is het innerlijk zo anders. Als de moeder die altijd wel bereid was om met onze zotte tienerspelletjes mee te doen, als de vrouw die ‘borstplaat’ maakte voor buren, familie en de armlastigen, al vond ik dat toen een gekkere naam dan dat ik het lekker vond. Als ‘het open huis’, want de deur was bij haar nooit dicht. Als de vrouw die onvermoed en soms ongewild grappig uit de hoek kon komen en die sommige woorden steevast verkeerd bleef uitspreken, al liet je meerdere keren horen hoe het wel moest. Toen haar dochter uit huis ging en ik haar niet vaak meer ontmoette, werd ze een doorlopend verhaal, grillig van gedaante, met ups en downs, net als het leven zelf.

Sinds ze zorg nodig heeft, zie ik haar weer zo nu en dan. Soms met haar dochter, andere keren alleen. Ik praat met haar over nu, over hoe fijn ze hier woont. En we praten over vroeger, over de tijd die we deelden, het dorp waar we beiden woonden en wat langzaam terugkomt in haar geheugen als ik de straatnamen noem waar haar huizen stonden. En als ik haar schets hoe die huizen eruit zagen, dan zucht ze ‘Oh ja, dat is waar!’ en dan glimlacht ze en staart kort voor zich uit.

img_1624bewWat ze ziet, kan ik slechts gissen, maar ze is daar weer even, in die huizen. Alleen voor een glimpje, niet meer in de doe-stand, niet meer om te presteren, bevrijd van de oordelende blik van de buitenwereld, die haar vroeger overal volgde en haar doen en laten bepaalde. Ze is vrij.

Als ik haar complimenteer met haar bruingelakte nagels, brengt ze haar hand omhoog naar haar bijna blinde ogen, kijkt even goed, haalt haar duim over de nagel van haar wijsvinger en zegt: ‘O ja, dat heeft de zuster gedaan. Ik geef er niet zo om.’

We zingen haar blij en moe en ’s middags gaat ze heerlijk slapen, want ze is ‘het best wel zat’.

Ik sluit mijn ogen en veeg de mascara van mijn toch al zwarte wimpers en ik zie haar voor me, hoe ze naar ons zwaaide toen we de lift instapten. Negentig jaar en tot de blanke kern toe afgeschminkt. Zij heeft geen mascara meer nodig.

Ik wens je genoeg

Geplaatst: 18 december 2016 in Belevenis
Tags:

 

wish-you-enough2Eind maart van dit jaar, aan het einde van de winter, was ik op het vliegveld, een plek waar ik altijd graag kwam, vóórdat alles zo anders werd. Om mensen te kijken en verhalen te vinden, want op plekken waar afscheid en ontmoeting hand in hand gaan, daar hangen de verhalen in de lucht.

Ik was er om mijn dochter weg te brengen. Retourtje Parijs met een vriendin voor een concertje…ja, ja, die kinderen van tegenwoordig…
Er stond een rij voor de douane. Dochter en vriendin kwebbelden zich een weg naar voren, werden reiswaardig bevonden, zwaaiden één keertje en verdwenen uit het zicht.

Ik wilde me net omdraaien om weg te gaan, toen ik me gewaar werd van een verhaal. Te dichtbij om het te negeren. Ik was getuige van het afscheid tussen twee vrouwen. Naast de paspoortenrij, een paar meter voor mij, omhelsden zij elkaar.

“Ik hou van je kind en ik wens je genoeg”.

“Mam, ik jou ook. Wat hebben we het mooi gehad met elkaar, jouw liefde ….. méér dan genoeg.”

Ze doken in elkaars nekken, fluisterden onverstaanbare woorden, handen streelden ruggen, tranen vloeiden. De omhelzing werd tergend langzaam verbroken en de dochter ging mijn dochter achterna, achterom kijkend en zwaaiend tot ze niet meer te zien was. Haar moeder stond nog een tijdje stil te kijken naar de plek waar ze verdween en draaide zich toen langzaam om.

Haar betraande ogen vonden mijn blik. Ze keek me aan en alsof ze zich wilde verontschuldigen voor haar tranen, zei ze:

“Heeft u ooit wel eens iemand vaarwel gezegd, terwijl u wist dat het de laatste keer zou zijn?”

Ik slikte. “Ja, dat heb ik één keer moeten doen en dat was heel moeilijk.”  Ze knikte en liet haar ogen zakken.

“Mag ik u vragen waarom u zo zeker weet dat dit een laatste vaarwel is?”, vroeg ik.

Ze keek me weer aan.

“Ik ben oud en ongezond, mevrouw, en zij leeft haar leven aan de andere kant van de wereld. Het is helaas reëel om aan te nemen dat haar volgende thuiskomst voor mijn begrafenis zal zijn.”

“Toen u haar gedag zei, hoorde ik u zeggen: Ik wens je genoeg. Ik heb die wens nog nooit gehoord, laat staan zelf ontvangen. Mag ik u vragen wat u daarmee bedoelde?”

Ze glimlachte.

“Dat is een familiedingetje, begonnen bij mijn grootouders. Dat wensten zij iedereen. En wat is er mooier dan mensen een leven toe te wensen met juist genoeg goede dingen om ze te kunnen behouden. Geen overdaad, geen gebrek, maar precies genoeg van alles. …  “Ik wens je genoeg” is een verkorte versie van een gedicht. ”

Ze was even stil en keek omhoog toen ze probeerde het zich in detail te herinneren. Ze citeerde uit haar geheugen:

 

Ik wens je genoeg zonnekracht om altijd te kunnen stralen

Ik wens je genoeg regen om de zon op waarde te kunnen schatten

Ik wens je genoeg geluk om je geest met kracht te kunnen voeden

Ik wens je genoeg pijn om de kléine dingen die het leven máken te kunnen laten groeien

Ik wens je genoeg liefde om haat te kunnen verdrijven

Ik wens je genoeg verlies om wat je overhoudt te kunnen koesteren

En ik wens je genoeg Hallo’s om je door je laatste vaarwel heen te helpen.

 

We waren stil en stonden samen als in een vacuüm tussen de bewegende menigte. Pas toen ik me weer bewust werd van de geluiden om me heen, zei ik:

“Wat een prachtig gedicht. Dank u voor het delen.”

Ik stak mijn hand uit en ze pakte hem, wat mij aanmoedigde te zeggen

“Ik ben blij u te hebben ontmoet. Ik zeg u nu geen vaarwel, ik zeg Hallo! en ik wens u precies genoeg van alles.”

Ze glimlachte.

“Dank u. Ik wens u ook genoeg.”

We liepen samen naar de uitgang. Twee moeders, zonder hun dochters.
En buiten sneeuwde het. Juist genoeg om de wereld een beetje lichter te kleuren.

L’Amour

Geplaatst: 29 juli 2016 in Belevenis

Mijn vroege ochtendmoment: de mannen snurken nog, de zon is wakker, dauw op de bloemen en het gras. Vogels componeren een symphonie onder een wolkenloze hemel. Gedachten vliegen af en aan. Ik snij een fruitcocktail, schenk een theetje in, leg mijn boek klaar en zoek een plekje in het nu nog zachte zonlicht. Straks zal hij schroeien.
Ik hoor het aanzwellend geratel van een groep fietskettingen. Ze zoeven voorbij het hek. Even later volgt nog een groepje, dat keuvelt tijdens het trappen, over de route misschien of over het werk. De hond van de buren slaat aan. Dan mogen de vogels weer. 

Een klein minuutje later hoor ik gezang. Flarden van een zingende mannenstem in de verte. 

‘L’Amour, l’amou-ou-ou-our.L’Amour!’

Steeds luider, loopjes omlaag en omlaag. 

‘L’amour! L’amour. L’amou-ou-ou-our!’

Geen professionele zangstem, maar zo overtuigend. Ik richt me op en zie boven het hek een stukje van zijn witte fietshelm voorbij flitsen.

Ik wil hem vragen: ‘Ja? Wat dan met die liefde van je?’, sta op het punt hem na te roepen: ‘Vertel dan!’, maar zak terug in mijn stoel, bevrijd een zucht en prik een framboos. 

Vragen? Nee! Deze liefde behoeft geen verdere uitleg.  

Missen 2

Geplaatst: 23 mei 2016 in Belevenis

20160320_181536

Missen is niet om wat er niet is,
het is om wat er wel is, in je hart.

Nooit niet!

Geplaatst: 18 mei 2016 in Observatie
Tags:,

 

23 jaar geleden zagen we je voor het eerst en vandaag zweef je op ons netvlies alsof je er nooit niet was.

Maar man, wat bén je er niet!

Vandaag vieren we jouw leven en missen je like crazy.

 

MVD_8979

Nacht der dwazen

Geplaatst: 1 april 2016 in Belevenis
Tags:

Smiley

1 april 2006

De telefoon! Ik schiet overeind en werp de droomgestalten van een absurd magere Meester Evert en mijn veel te oude dochter abrupt van mij. De rode 03:25 van de wekker zweeft in het donker. Ik zwaai met mijn armen in het wilde weg achter mij en stoot bijna het glas water van mijn nachtkastje. “Verdomme!” Waar is dat kreng? Mijn schoonmoeder met hartkloppingen, de alarmcentrale van de zaak of het verpleeghuis, suggereert mijn brein. Op de tast vind ik het bedlampje en, met één oog dicht tegen het felle licht, de telefoon. Groene knop.

“Monique,” kerm ik.

“…familie van mevrouw De Groot?”

Het verpleeghuis dus.

“Sorry…slecht met uw moeder…vrijwel geen contact meer …lichamelijke verschijnselen…naderend overlijden…zo snel mogelijk komen.”

“Kom eraan.” Rode knop, stilte. Naast me beweegt het dekbed.

“Wie?”

“Ma.  Het gaat niet goed. Ik moet erheen.”

Zucht. Ik sla mijn benen over de rand van het bed en gluur in de rondte. Waar zijn mijn kleren?

O nee, eerst broer en zus bellen. Ik toets de nummers in en doe de melding, quasi rustig en kort. Ik heb het idee of ik een virus verspreid. Denk erom! Geen ongelukken maken. Tot zo! In de badkamer plens ik mijn gezicht nat. Mijn spiegelbeeld is scherp genoeg om me even doordringend aan te kijken. “Meid, nou gaat je moeder dood.” Ik kleed me aan met wat ik aan kleding van gisteren vind en doe alle lichten weer uit.

Beneden gris ik een pakje crackers mee. Je weet niet hoe lang het gaat duren. Snel maar, op weg! Zachtjes de deur dicht, iedereen slaapt. Waarom gebeurt dit toch altijd ’s nachts? Wel handig: racen in onze smalle straat en niet bang zijn voor overstekende kinderen. Snelle, wijde bochten, de ideale lijn. Als ze nog maar leeft als ik er ben. Het mag niet zo zijn als in de nacht van Pa. Niet zo bleek, stil, koud. Ik moet haar nog even zien leven.

91 op de Engelendaal! Als er nou politie staat, ben ik het haasje. Of zouden ze een oogje dichtknijpen als ik zeg dat mijn moeder dood gaat? Er is niemand wakker op dit godvergeten uur, dichte gordijnen, duttende auto’s. Tjonge, ik moet veel afzeggen deze week. Zondag, Maandag, Dinsdag, Woensdag, het zal dan wel woensdag of donderdag begraven worden.

03:42. Het verpleeghuis baadt in een zee van geel kunstlicht. Waar is hier de nacht nog? Wat een verspilling! Het parkeerterrein is leeg. Rennen naar de deur. De eerste schuifdeuren glijden geluidloos open, de tweede niet. Winterstand? Is er een bel? Ja, één met een grote, gele smiley knop. Heb ik wel goed gedrukt? Nog een keertje maar. Ga nou open, verdomme! Niet schoppen tegen het glas, zinloos! Nog één keer goed drukken op die lachende kop.

“Nachtzuster,” kraakt het.

“Familie De Groot, de deur gaat niet open!“ Ik probeer niet wanhopig te klinken. Stom eigenlijk!

“De deur is stuk, ik kom naar beneden.”

Ik loop heen en weer in het portaal, kan het beeld van mijn moeder op haar sterfbed niet meer verdringen. Ik volg in gedachten de weg die “nachtzuster” af zal moeten leggen om bij de deur te komen. Daar is ze. Schiet toch op, mens!

“Bent u de dochter?” Ik knik. We lopen samen de gangen door. Ik wil rennen, maar dat kan nu niet.

“Hoe is de situatie? Is ze er nog?”

“Dat wel, maar het zou mij niet verbazen als het niet lang meer duurt.” Ze herhaalt wat me vaag is bijgebleven van het telefoongesprek. “Ik heb maar gebeld, want het is in dit stadium fijn voor de familie om er gewoon rustig bij te gaan zitten.”

De lift, knop “1”, knop “deuren dicht”. We zoeven naar boven. Ik zeg dat ze er goed aan heeft gedaan me te bellen. Na de klapdeuren wil ik automatisch linksaf de gang naar Mam’s kamertje inlopen.

“Nee, ze ligt in een kamertje bij de Zusterpost.”

Het sterfkamertje, weet ik. Daar gaan we dan, geen daglicht meer voor Ma. De tweede zuster staat bij de halfopen deur en presenteert met een armgebaar: de stervende. Zachtjes duw ik de deur verder open. Het gedimde licht schijnt op het grijze haar van de stervende vrouw. Haar ogen zijn open en kijken in het niets. Ik ga niet verder. Ik sta genageld aan de grond. Mijn hart mist een slag.

“Maar dat ís mijn moeder niet. Dat is níet mijn moeder! Dat is mevrouw Heringa toch, niet mevrouw De Groot!” Ik tril als een riet. Stelletje idioten, denk ik, maar ik zeg het niet. Het ongeloof, de afschuw in die ogen.

“Bedoel je…”

“Dat is… níet… míjn… moeder!”, braak ik uit. Ik zak neer op de grond. Even zitten. Aan het eind van de gang zie ik mijn broer.

“Ma ligt gewoon lekker te slapen in haar bed. Dit moet een ander zijn!”

Ik zie die lachende kop op de nachtbel weer voor me. Pas als ik een uur later thuis ben en het verhaal in horten en stoten heb verteld, merkt mijn lief op dat het vandaag 1 april is.

(Echt gebeurd, hè!)

Liefde

Geplaatst: 14 februari 2016 in Belevenis
Tags:, ,

Hart2

(voor de moedige, talentvolle en inspirerende zangers van Zangcoach Ilonka Seriese)

Als ze mij zouden vragen wat liefde is
Dan zou ik even denken,
wat aan mijn woordenschat schudden
en een paar mooie, rake zinnen maken.

Liefde, dat is de zachtheid in ogen,
de warme aai van een hand.
Of nee, het is de dans van twee geliefden op een geheel eigen ritme
Of de kunst van het wéten, voordat het gezegd is
beter nog: de zon in haar haar, de sterren in zijn ogen.

Misschien is het wel het hemeltergende ontbreken
van een naam op een Valentijnskaart
Of juist een naam in hanenpoten,
omdat hij het idee,
dat jij nooit zou weten dat de kaart van hém kwam,
niet kon verdragen.

Maar is het dat?

Liefde laat zich niet formuleren,
want woorden doen haar tekort,
Liefde laat zich zelfs niet zingen,
want geen noot doet haar recht.

Liefde bezet je hart,
woont daar
en steekt zo nu en dan haar neus buiten de ramen
En dan…
dán voel je het,
in je hele wezen.
Een ongrijpbaar, onzegbaar, onzingbaar,
overweldigend voelen.

Er bestaat één ontstellend simpel antwoord
op de vraag wat liefde is:

Liefde
is wat het is.

© Monique Tichler

Slappe lach

Geplaatst: 29 januari 2016 in Belevenis
Tags:

OmdatIk

Van Geerr en Goorr verwacht je niet anders, maar het is een geruststellende gedachte dat het ook de besten overkomt. De “Live Slappe Lachversie” van Elvis’ treurige lied Are You Lonesome Tonight stond zeven weken in de Top 40 in 1981. Naar verluid viel The King’s blik op een kale man op de eerste rij en kon hij het niet weerstaan de tekst van het lied “Do you gaze at your doorstep and picture me there” te veranderen in “Do you gaze at your bald head and wish you had hair”. Sinds gisteren weet ik dat het dáár fout gaat, bij de ondeugende inval.

De Zingende Koffiemeisjes spelen het lied Omdat Ik Zoveel Van Je Hou. We verkleden ons als een stoffige tante en een muffige kerel en gaan op z’n plat Amsterdams.

In dit lied ligt de lach sowieso op de loer. We beledigen elkaar voortdurend en niet zo zuinig ook. De muffige kerel maakt er geen geheim van dat hij zijn vrouwtje maar een lelijkerd vindt die zich niet kan kleden en de stoffige tante vindt haar man een dikke viezerik. Een soort ouderwetse versie van Anouk: de waarheid is hard, maar je mot alles kenne zegge want we houwe van mekaar. Toen we het begonnen in te studeren, moesten we telkens halverwege stoppen omdat er geen toon meer uitkwam van het lachen. Maar na een keer of dertig lukte het toch om het heelhuids tot de laatste noot te volbrengen. Tot gisteren…

Na de zoveelste belediging, kijkt de muffige kerel zijn vrouwtje strijdbaar aan en zingt:
al zijn je haren slecht geperremanent
waarop zijn vrouwtje hem zoals altijd toevoegt:
en is ’t gebruik van zeep jou onbekend

So far so good, maar dan keert de grievende graftak zich naar het publiek en zegt:
Kelere, wat ken die vent stinken zeg!

De muffige kerel kijkt haar verbijsterd aan en schiet in een lachbui, compleet mét verstikkingsgevaar en overlopende oksels die duurt tot de laatste frase, die hij er puffend van ellende uit weet te krijgen,

toch kan slechts Magere Hein ons scheiden
omdat ik zoveel van je hou!

Gelukkig kon het minstens honderdkoppige publiek van Alrijne Oudshoorn er hartelijk om mee lachen, kon Magere Hein onverrichter zake terug naar het duister en houdt de muffige kerel nog immer zielsveel van zijn stoffige vrouwtje.

OorkondeAls je met een “raar” hart wordt geboren, dat je al van jongs af aan ettelijke keren de operatiekamer in heeft gejaagd, dat je moe maakt als je dat niet wilt en onzeker en bang; als je, ondanks je eigenzinnige hart, verder gewoon hetzelfde wilt zijn, maar toch anders bent; als je vaak onverwacht hapert en elke dag maar moet afwachten wat het gaat worden; als je, zo jong als je bent, je eigen kansen moet berekenen, moet beslissen over je eigen leven en dood en je hart letterlijk moet toevertrouwen aan handen van “bouwvakkers”,
dan is de gedachte dat anderen je soms benijden niet vanzelfsprekend en de gedachte dat een ander even jou wil zijn welhaast ondenkbaar.

Maar dat is wat trots doet; trots op onverschrokkenheid, branie en ruggengraat.
En dat is wat ontroering doet; geroerd door bezieling, door moed en geestdrift.

Vandaag wilde ik even Dayenne zijn, omdat ik trots ben en ontroerd en omdat zij Dayenne is…en niet haar ziekte!

Dayenne en de Hartstichting

Dayenne schaatste vandaag 50km(!) van de Alternatieve Elfstedentocht op het natuurijs van de Weissensee, ten behoeve van Stichting Hartekind

Prachtig filmpje over haar prestatie!

Vandaag

Geplaatst: 7 december 2015 in Belevenis

Soms vind je teksten die geen plaatje nodig hebben, want dat zelf zijn.

Vanaf vandaag

Vandaag begraaf ik jou in mij
Niet in de aarde, niet in die kist
Niet bij die bomen in de ochtendmist
Dat ben jij niet, jij bent veilig in mij

Vandaag begraaf ik jou in mij
Niet bij die steen daar, in die lange rij
Al die oude namen, daar hoor jij niet bij
Nee, vandaag begraaf ik jou in mij

Dan kan ik met je praten en antwoord geven
Dan blijf jij leven in mijn leven
Hier neem mijn ogen en kijk met mij
Neem mijn voeten en loop met mij
We gaan naar huis nu, wij allebei
Vanaf vandaag leef jij in mij

Vandaag begraaf ik jou in mij
‘k zal je niet zoeken, waar je niet bent
Blijf maar bij ons hier, waar je iedereen kent
Jouw plaats aan tafel hou ik voor je vrij

We zullen lachen en weer plannen maken
‘k zal met je slapen en met jou ontwaken
Hier neem mijn mond en lach met mij
Neem mijn handen en voel met mij
Wat je nog doen wou, doe ik erbij
Vanaf vandaag leef jij in mij

Haal weg dat kruis en al die witte bloemen
Verscheur de krant waarin ze jouw naam noemen
Hier neem mijn ogen en kijk met mij
Neem mijn hart en leef met mij
Want jouw dood is nu voorbij
Vanaf vandaag leef jij in mij

‘k zal twee levens leven,
met jou in mij

(Tekst: B. Meuldijk – 2004)

Lach

Geplaatst: 4 december 2015 in Belevenis
Tags:

Ik schreef veel over hem. Over zijn positivisme, zijn moed, over hoe groot hij is, al oogt hij klein en fragiel. Ik schreef over zijn ongebreidelde levenskracht, over zijn bergen en hoe hij die bedwong en noemde slechts terloops de dalen, omdat hij zelf ook altijd naar boven kijkt. Ik hoop dat ik in het wit tussen de regels schreef hoe een mens groots kan zijn in bescheidenheid en kwetsbaarheid.

Maar nu stoppen de woorden. Het denken blijft over. Ik zie zijn lach, zoals ik die zag toen hij bovenop de wereld stond, dichtbij de hemel. Die lach, daar denk ik aan, terwijl hij verder klimt dan ooit.

Denken

Teveel

Geplaatst: 19 november 2015 in Observatie
Tags:, , ,

Parijs

Ik vraag me af hoe erg het is dat ik het Journaal niet meer kan kijken, dat ik halverwege afhaak als ik beelden zie van mannen in zwarte overalls onder gele hesjes, mannen met wapens in woestijnen en gorgelende mannen in maatpakken.
En ook of ik mij diskwalificeer als ik de ongetwijfeld goedbedoelde betrokkenheid van sommige deejays op de radio afdoe als geblaat.

Is het raar dat ik zaterdag bewust naar de intocht van Sinterklaas zapte, omdat ik behoefte had aan een tegenbod? Ik heb geen kleine kinderen meer. Hoe intolerant is het dat ik de Patty Brards van deze wereld hun geschoktheid misgun en hen niet over het onderwerp kan aanhoren. En is het complotterig dat ik de praatprogramma’s er ernstig van verdenk op de angstgolf te willen scoren?

Is het neurotisch dat ik zondag in de bioscoop naar de Nooduitgang zocht en mijn vluchtroute bepaalde en vreemd dat ik naar een olijke Roger Moore verlangde ten koste van de moorddadige Daniel Craig?
Is het kinderachtig dat ik alleen nog aan Parijs wil denken als de stad van de dolverliefden, compleet met slotjes aan bruggen (ik weet dat ze weg zijn gehaald, maar ik denk ze terug!) en niet als de plek waar waxinelichtjes op straat troost moeten bieden aan getroffenen.

Is het erg dat ik het woord “aanslag” uit het woordenboek wil schrappen, evenals “geschokt”, “verdacht pakketje” en “bomvest” en dat ik soms enorm naar stilte snak, maar misselijk wordt van de term “stille tocht”?

Het is teveel. Ik ben overvoerd, afgeladen, vol.
Ik vind mijn ‘genoeg’ onder de uitknop van de tv, de tablet, en de smartphone en stop de kranten in de papierbak.
Het is de stilte, waar hoop gedijt en vertrouwen kiemt.

En dan naar buiten, wandelen onder een wit-verlichte toren, fietsen langs de rivier, slenteren door de straten van de stad, zonder waxinelichtjes, hand in hand, dolverliefd op het leven.

Fluitje

Geplaatst: 8 november 2015 in Belevenis
Tags:,

WhatsappenVriendin 1 appte gisteren dat ze een WhatsApp-vinger heeft. Een wát vinger? Nee, een WhatsApp vinger!: stijf, pijnlijk, uitstralend naar ellenboog en schouder. Laat ik je zeggen: het is niet verwonderlijk; wij appen niet met enkele woordjes en hier en daar een plaatje, maar we schrijven hele cabaretvoorstellingen samen, met bergen plaatjes. “Typen met je duimen!”, appten Vriendin 2 en ik ongeveer tegelijkertijd en toen Vriendin 1 antwoordde met een geruststellend “Noi, daarr moert k dan maa r aam gelovn”, gevolgd door 6 emoticons met een tandenknarsend gebitje, gingen wij opgelucht offline.

Ik hou van polders in de ochtendmist, dus stapte vanmorgen vroeg op mijn fiets, op het tijdstip dat racefietsers en mountainbikers dat ook doen. Eenmaal buiten het dorp, op smalle fietspaden tussen koeien en zwanen werd ik met regelmaat getrakteerd op groepjes mij voorbij snellende fietsbroeken. Het was stil in de mist. Ik hoorde de Shimano tuigjes ratelen.

Mist

Op het verste punt van de route, bij de molen met het schattige huisje, floot mijn telefoon. Het ding geeft zo’n geil bouwvakkersfluitje als ik een berichtje krijg. Vriendin 1 meldde dat ze “al bijzonder helmaal gewen d wat aan ht typwen met haar duiimn”. Niet dat ik dat kon lezen, want mijn telefoon zat achter het ritsje van mijn fietsjack en ik had zo’n heerlijk vaartje, dat ik niet wilde stoppen. Maar ik hoorde het wel. Nou, de dames gingen volkomen los en ik vloog op een golf van fluitende bouwvakkers tussen de weilanden door, tot grote hilariteit van het fietsende volk dat mij passeerde.

Een sprankelend setje van twee glimmende wielerbroeken vloog bijna de sloot in omdat de dragers ervan dachten dat ik naar ze floot. Eén eenzame, goedgevulde wielerbroek draaide zich, met alle logistieke problemen van dien, bijna geheel om in het zadel, omdat zijn eigenaar dit soort openlijke aandacht schijnbaar niet gewend was. Misschien een idee om het geluid even uit te zetten….maar ik stopte niet, ik trapte gewoon door, schuddend op mijn fiets. Bij het 38e berichtje was ik terug in ons dorp en toen ik even later een wat oudere man naderde die zijn hondje uitliet op mijn pad, ging het 42e fluitje. De verbaasde blik was goud waard.

“Goedemorgen, meneer!”, zei ik.

Ik zweer dat hij bloosde en hij gaf me de mooiste lach die ik me kon wensen.

“Goedemorgen, jongedame!”

En fluitend fietste ik naar huis.

Vijfentwintig!

Geplaatst: 7 november 2015 in Belevenis
Tags:,

25 jaar geleden…ik was nog dochter, nog geen moeder, wel echtgenoot.
Ik weet niet meer wat ik allemaal dacht toen, wat me precies dreef. Wellicht een op dat moment enigszins overmoedig vertrouwen, dat ik ertoe in staat zou zijn om met gezond verstand en hard werken van niets íets te kunnen maken. Mét mijn compagnon, want als wij samenwerken is 1+1 zomaar 3.

Mijn baan, goed en leuk, ondanks enkele gestoorde, geile of narcistische bazen (sommigen een combinatie van de drie), en dankzij legio buitenlandreisjes, tot de verbeelding sprekende carrièremogelijkheden en een knalrode Audi, hing ik aan de wilgen. Zomaar, zonder er een moment spijt van te hebben. Midden 1990 werkte ik een half jaar aan ons idee, aan ons plan, levend op de zak van Man. Op terrassen naast het mijne, kletsten buurvrouwen zich het leven door over luiers en aanverwante artikelen, terwijl ik iets te rooskleurige exploitatiebegrotingen punnikte en de relevantie van de Kamer van Koophandel probeerde te doorgronden. Compagnon bleef noodgedwongen in loondienst, tot het zover was dat de B.V. opgericht kon worden, op 13 november 1990.

Emiel-Mo2Sindsdien gebeurde er veel. Ik werd wees, maar ook moeder. Compagnon werd echtgenoot en vader en we kregen er beiden nog een kleintje bij later. We zagen werknemers komen en ook weer gaan, vreemde vogels soms, uitheemse soorten. We leerden snel en veel, over de zakenwereld en hoe die werkt, van elkaar, van onze partners, zakelijk en thuis, soms in voorspoed en soms met een prakje tegenwind, elke heuvel-op een uitdaging en elke heuvel-af een beloning. Ouder geworden? Nauwelijks…toch?, hooguit getalsmatig. Bewuster, dat wel…en misschien wat ijdeler!

De 13e november; het is op een vrijdag, maar ik, nee WIJ, gaan die dag in als alle andere, misschien even denkend aan dat moment in 1990, in dat Notariskantoor dat er allang niet meer is…en dan gewoon weer aan het werk.

25 jaar Vision Furniture, het is een leven op zich.

Proost!

(De foto is van vijf jaar geleden, we zien er nu nóg dynamischer uit…)

schaduw_zwartgatGisteren las ik het verhaal in de krant over Laura van nog geen twintig, die stierf aan de gevolgen van een longembolie en trombose. Het wierp mij even terug in de tijd.

Ik stel mij voor dat ieder leven zo zijn zwarte gaten kent en ik voel mij in dat opzicht dan ook verre van bijzonder. Toch stond zij gisteren, in de hoedanigheid van een wrange herinnering, voor me, mijn moeder der zwarte gaten, die haar oorsprong vond op zondag 7 december 1986, de dag waarop veel veranderde.

Ik was volop aan het bouwen aan mijn bestaan; ik was verliefd, scheurde het land rond in een leasebak, vloog op en neer naar buitenlandse vestigingen van het bedrijf waarvoor ik werkte, leerde, studeerde, theaterde, sportte. Kortom, ik leefde ráák en onbezorgd, tot het moment dat ik hals over kop de fuik inreed en “patiënt” werd.

Toen ik op de middag van 31 december 1986, aanzienlijk en deels onherstelbaar beschadigd, het ziekenhuis uit werd gerold door mijn familie, bestelde ik een vuurpijl. “Eentje die veel lawaai maakt en heel hoog de lucht in kan!” Net na middernacht, schoten ze hem voor me af; de vuurpijl, mijn ziekte, zzzzzoeffff, de fik erin, de lucht in, weg ermee, dacht ik. Het was vast een goedkopertje, want het ding was moeilijk te ontsteken, pruttelde en rookte nogal. Uiteindelijk schoot hij wel de lucht in, over ons huis, zodat ik vanachter het raam niet kon zien dat hij een stukje verderop met een laf boogje overtuigender naar de aarde terugkeerde dan dat hij ervan vertrokken was.

Ik pakte mijn leven langzaam weer op (voortvarendheid werd ongenadig afgestraft) en ontdekte al gauw dat zwarte gaten geen uitgang hebben. Een voor mij definieerbare entree, dat wel, maar eenmaal in de klauwen van het duister, een dimensie zonder einde, geen ontsnappen mogelijk; ik was een patiënt. Basta! En ik vond een manier om daarmee om te gaan: ik construeerde een sterrenstelsel in mijn zwarte gat, een constellatie van licht, zo lumineus dat ze het zwart verhult. Wat je niet zíet, ís er niet. In mijn hoofd kan ik alles.

En dat gaat al lang en bijna altijd goed. Soms floept het licht even uit en dan is het donker, om dan weer flikkerend aan te gaan, nog sterker en helderder, tonend dat ik veel meer ben dan een patiënt.

Ik schreef hier een half jaar geleden een tekstje over, dat een melodie en een stem kreeg van een lieve vrouw en talentvolle zangeres van onder de rivieren, Hildegard.

Luister naar haar: Ten Diepste Mens

Mijn gedachten gaan uit naar Laura, haar zwarte gat vele malen onmetelijker dan het mijne: Stichting Laura

Ten Diepste Mens

Als ik een bos zie in de verte
Dan wil ik daar lopen
Als ik de zee zie en de golven
Dan voel ik het nat
Als ik de plek weet, waar de zon is
Dan wil ik me warmen
Als ik een pen voel in mijn hand
Beschrijf ik mijn blad

Als ik muziek hoor en een ritme
Dan wil ik dansen
Als ik een vraag zie in je ogen
Dan leg ik je uit
Als ik een kans ruik om te groeien
Dan word ik groter
Als ik de kou zie op je armen
Dan streel ik je huid

Want in mijn hoofd kan ik alles
Mijn geest die kent geen grens
Zo lang mijn hart mij vleugels geeft
Ben ik ten diepste Mens

Maar als ik een bed zie met een kastje
Dan kan ik niet vluchten
Als ik de hand voel die me raakt
Waar het niet klopt
Als ik de plek weet waar het fout zit
Dan moet je me troosten
Als ik mijn slaap slaap
Terwijl de dag nog heel niet is gestopt

Ik droom mijn lichaam ongeschonden
Ik droom mijn lijf dan hand in hand
Met mijn ziel en mijn verlangens
Ik droom haar één met mijn wezen, want
in mijn hoofd kan ik alles
Mijn geest kent geen enkele grens
Zo lang mijn hart mij vleugels geeft
Leef ik mijn diepste wens

Ik sta schuin achter haar.
Het podiumlicht valt zacht op haar melkwitte schouders. Haar hand pakt de microfoon.
De muziek begint. Ik moet swingen, want dat doe je als achtergrondzangeres, maar ik vergeet het. Ik kan mijn ogen niet van haar afhouden, zoek sporen van kwetsbaarheid, in haar hals, in haar kaak, maar zie ze niet.
Ik denk me in haar positie, voor het eerst op het podium, groen als gras. The horror!
Maar dan zingt ze, sterk, zuiver, heerlijk. Ik moet moeite doen om mijn aaahtjes en oeoehhtjes te timen, probeer niet naar haar te kijken, maar ik moet. Ik zie de zijkant van haar gezicht. Ze sluit even de ogen als ze opgaat in de tekst. Een plukje van haar pas geblondeerde haar danst in haar nek.
In de bridge versmelten onze stemmen, de mijne iets onder de hare, ondersteunend, meer niet. Ik kijk de zaal in en als ze de hoogste uithaal inpakt, ontmoet ik goedkeuring en bewondering. Na het lied is er die zalige, eeuwige korte stilte en dan het applaus. Voor haar!
Ze draait haar gezicht eindelijk naar het mijne en lacht verlegen. En nu herken ik haar: mijn dochter!

(Een verhaaltje op verzoek van en voor de insiders)

Deuxnouds1Hét Zangweekend bij Jetse Bremer in Noord-Frankrijk is inmiddels een jaarlijks terugkerend evenement bij Team Leiderdorp, een bij elkaar geraapt collectiefje zingende meiden. Wij gaan dit jaar voor de derde keer en bij derde keren wordt het scheepsrecht van kracht en is het tijd om de balans op te maken en te analyseren wat ons steeds weer doet terugkeren. Dat terugkeren is namelijk in het geheel geen sinecure. Integendeel, je vraagt je elke keer weer af: waaaarrrrroooommmmmm?

Ik kan me onze eerste keer nog goed herinneren in 2013. Het was ook Jetse’s eerste zangweekend in Deuxnouds aux Bois. Referenties in de vorm van recensies of blogberichten waren er niet. En dan begeef je je als vijf keurige, nette dames uit de Randstad toch in onzekere en gewaagde omstandigheden. Je weet niet wie die Jetse Bremer nou wel helemaal is, toch? Er was zelfs iemand die dacht dat Jetse een vrouw was en die na aankomst vrolijk en schaamteloos aan hem zat te vertellen dat ze helemáál niet had geoefend, zonder te beseffen dat ze met de big boss himself sprak.

Team Leiderdorp rechtte de schouders en omarmde eigenlijk meteen de stelling dat aanval de beste verdediging is en dat angsten maar gewoon het beste benoemd kunnen worden. We verrasten Jetse op de Doe-avond met het lied “Als ik het maar niet met Jetse Bremer hoef te doen”. Gelukkig hoefde dat inderdaad niet en het weekend verliep gesmeerd, ondanks het enorme drankfestijn dat ontstond onder de Franse bevolking die rond de Salle de Fêtes woonde en ons 584 keer de woorden Appélation Controlee la-la-la-la-la hoorde zingen.

Oh, en één kleine dingetje nog, of laat ik het een vrij gróót dingetje noemen dat mij uiteindelijk wel de das om deed: de gestoorde kerkklok, die niet één keer de uren slaat, maar twee, ook als het twaalf uur is en dat 24 uur per dag volhoudt. De wallen, mensen, de wallen! Kráters waren het.

Maar toch kwamen we terug. In 2014 begon de muziekkeuze van Jetse ons hier en daar parten te spelen. Vorig jaar was één van de hoogtepunten het lied Puppet On A String. Leuk lied! Sprankelende tekst ook. Ik ben een tekstmens, ik hou van woorden.

Een fragment uit mijn tekst (Alt 1):
Ting ting tingeling, ting ting tingeling,
Ting ting ting ting ting Ting ting ting ting ting
Ting ting ting ting ting Ting ting ting ting ting
Ting ting ting ting ting Ting ting ting ting ting
Ting ting ting ting ting Ting ting…..tingelingeling

Geen “Ting” van gelogen! In elke zangcarrière zijn er hoogte- en dieptepunten, zegmaar….

Sinds ik dat lied hardop in huis oefende, weliswaar binnen de vier muren van mijn werkkamertje, maar toch, sindsdien, denken mijn kinderen en man dat ik elk jaar naar een zwaar gestoorde sekte ga in Frankrijk, die goddelijke krachten toedicht aan de fietsbel .

Oh, en één kleine dingetje nog, of laat ik het een vrij gróót dingetje noemen dat mij uiteindelijk wel de das om deed: de houtzagerij, waarvan iedereen het bestaan ontkent, maar waar mijn kamergenoten respectievelijk CEO en Productionmanager zijn en die míj 48 uur uit mijn slaap hield….samen met de gestoorde kerkklok. De wallen, mensen, de wallen! Kráters waren het.

Team Leiderdorp zette de bevalling, die zo’n zangweekend eigenlijk is, scherp neer tijdens de Doe-avond van 2014 met het lied “Zwaar Leven”.

Te beginnen met Jetse Bremer
Van die man word ik zooo moooeeehhh
Die stuurt ons 30 liedjes
Aan m’n baan kom ik niet meer toe
Alt1 is laag, sopraan te hoog
dus vind je het heel gek
dat ik dáár dus maar de helft van zing
en de rest gewoon playback

En nu zijn we weer een jaar verder en we kwamen weer terug. Waaarrrroooommmmmm????
Het wordt er allemaal niet beter op.

Ba-ram bam bam doo dap,  ba ram bam bam ba
Ba-ram bam bam doo dap,  ba ram bam bam ba
Ba-ram bam bam doo dap,  sham da-ram da da dee
Ba-da-ram ba-ram bam bam doo dap,  ba ram bam bam bap

Mijn Zoon van 15 stormde mijn kamer binnen en ik citeer hem met maar 3 sterretjes:
“Mam!!! What the F*** zíng jij??????”
Ik dacht: OK, OK! Ze begrijpen dit niet. Laat ik ze dan een ander serieus en poëtisch stuk laten horen dat we gaan zingen dit jaar en ik droeg hen de volgende tekst voor:

Slaap lekker ding, want jij is lastig
nog meer jij is fantastig toch
Glimlach lag in veel te grote tas
klein te zijn fijn tussen vingers
groot geheim

Toen ik verder ging met “Laten we samen dingen doen”, hebben ze me voordat duidelijk werd wat voor dingen we samen gingen doen, ingeschreven bij de PG-afdeling van Verpleeghuis Leythenrode in ons dorp. Mijn kinderen zijn pubers, hè.  Erger was dat mijn man het inschrijfformulier zwierig ondertekende…

Maar goed, Jetse is inmiddels een begrip in het Leiderdorpse. Wij hebben zelfs een gezegde op onze zangschool, waarin naar hem wordt verwezen. Onze zangjuf zegt altijd aan het einde van de les:
“Zo! Zullen we het hierbij laten of jetsen we er nog eentje in?”, waarmee ze een liedje bedoelt.

Oh, en één klein dingetje nog, of laat ik het een groot dingetje noemen, dat mij persoonlijk in ieder geval al parten speelt sinds ik mij zo nu en dan binnen de invloedssfeer van Jetse begeef: nou roepen we al jaren om de “buurvrouw!!!!!”, maar waar is verdorie de buurmán! Nooit gezien! Ik lig nachten wakker met fantasieën over het lot dat deze arme man getroffen heeft. Is ‘ie zwaar verwaarloosd een jammerlijke dood gestorven, omdat zijn vrouw de hele tijd gehoor gaf aan het geroep van anderen? Je weet het toch niet! De wallen, mensen, de wallen! Kráters zijn het!

Dus wat het is, dat ons steeds doet terugkeren…we kunnen slechts gissen.

IMG_9725

Het zou het goddelijke voedsel kunnen zijn van Fred en Annemarie, of de fleurige, kleurige slaapkamers in Le Ciel Bleu. Misschien is het gewoon het gelach, dat er klatert als de beek of de zorgzaamheid en gastvrijheid van Martina. De vrolijke, jeugdige strengheid van de koorleider? Of de potsierlijke plastic bloemen in het kerkje, of toch de rust in dit dorp, ondanks de eigenwijsheid van een losgeslagen kerkklok. Of is het het Encore, Encore van het publiek, de wijn, het samenzijn van stemmen, de gedeelde muzikaliteit. Wie zal het zeggen?

Deuxnouds3

Als ik een gooi mag doen naar de reden, dan opper ik de volgende:  laten we het de magie van de muziek noemen, die de essentie is van wat ons steeds weer hier terugbrengt. Of dat volgend jaar weer zo zal zijn wordt bepaald door onze overvolle agenda’s, maar één ding is zeker: we komen een keer terug, ondanks alles…of misschien wel dankzij alles!

En ik jets er voortaan “Buurmán!!!!!” in.  Misschien komt ‘ie dan een keer en red ik hem van een gruwelijke dood!

Jetse2015

Om 7 voor half 11 ’s avonds gaan de straatlantaarns uit in Deuxnouds-aux-Bois in Noord Frankrijk. Niet dat dit de gemeente veel geld zal opleveren, want ik denk dat er maximaal acht staan op het “kruispunt-van-2-wegen” dat dit dorp feitelijk is. Het opgelegde duister verdiept de rust, verheldert de klater van het beekwater.

Ik zit in de tuin van de herberg en bedenk dat ik zelfs zonder lamplicht de gang naar de Salle de Fêtes zou kunnen maken. Het zijn ongeveer 93 stappen van de voordeur van de Chambres d’Hôtes, Le Ciel Bleu, naar de oefenruimte van arrangeur/koorleider Jetse Bremer in de Marie annex Ecole annex feestzaal. 93 heen en 93 terug. 186 stappen, die ik in 2 jaar tijd minstens 24 keer maakte om te repeteren met een bijeengeraapt gelegenheidskoor. Geen enkele keer met tegenzin, altijd met het verwachtingsvolle enthousiasme van een kind dat een ijsje is beloofd. En de elementen zaten niet altijd mee! Krakkemikkige knieën, lamlendige ziektes, ongekende vermoeidheid door slapeloosheid en geblesseerde enkels en schenen ten spijt….niets hield me tot nu toe tegen. 4464 stappen; heen en weer en weer heen en weer weer, en nooit één keer hetzelfde!

Het lijkt wel theater! Deuxnouds, het dorp, als het decor, met het kerkje, de fontein, de rode rozen aan het witte huis, het klaterende beekje met het bruggetje en de zon; de koorleider, zijn muziek, zijn kunde en zijn entourage als het nimmer veranderende, statig hangende, bordeauxrode toneeldoek; de gastvrijheid en verzorging van de herbergier en zijn vrouw in de coulissen. Maar daarachter, op het toneel: “het altijd-weer-anders”: de vrouwen die in bekenden veranderden, hun kelen, hun intenties, de kippenvel, de gezichten en de harten. De vulling maakt de vlaai, zoals de toon de muziek maakt!

Het was weer fantastig anders in Deuxnouds-aux-Bois dit jaar!